Aan het einde van de 18e eeuw kwamen in Newfoundland twee soorten zwarte honden voor: een grote, die “Newfoundlander” werd genoemd, en een kleinere, die “Labrador” of “St. John’s-hond” werd genoemd. Een Engelse jager nam aan het einde van de 18e eeuw vanuit St.John, Newfoundland, zo’n kleine zwarte hond mee naar Engeland. In de daaropvolgende jaren werden regelmatig honden vanuit Newfoundland naar Engeland meegenomen, waar het ras in 1903 erkend werd. Het Portugese woord “lavrador” betekent in het Engels “labourer”, dus arbeider, wat erop zou kunnen wijzen dat deze kleine, zwarte hond oorspronkelijk uit Zuid-Europa afkomstig zou zijn.

Omschrijving

Sterk gebouwde, korte hond met een brede schedel, een brede borst en ribben, en een brede achterhand. De kenmerkende ‘otterstaart’ is middelmatig lang, zeer dik bij de aanzet en geleidelijk toelopend in een punt. Rondom bekleed met een korte dikke vacht, waardoor de staart de bijzondere ronde vorm krijgt.

De vacht is kort, dicht en zonder golf, vrij hard aanvoelend, met een weerbestendige ondervacht. Kleuren: zwart, geel of lever/chocoladekleurig.

De schofthoogte van de Labrador Retriever ligt tussen de 55 – 60 cm. Het gewicht varieert van 30 – 35 kilo.

Rasfiches

Rasfiches

Eigenschappen

Onderhoud van de vacht Weinig
Beweging Veel
Kindvriendelijk Ja
Huishond Ja